Waarschuwingen
Handleiding en waarschuwingen bij het gebruik van LiPo-accu’s
Algemene aanwijzingen
Lithium-Polymeer-accu’s (afgekort: LiPo-accu’s) hebben een bijzondere behandeling nodig. Dit geldt zowel voor het laden en ontladen als ook voor de opslag en het verdere gebruik. Hierbij moet u letten op de volgende specificaties:
Een foutieve behandeling kan tot explosies, brand, rookontwikkeling en vergiftigingsgevaar leiden. Tevens leidt een niet opvolgen van de handleiding en de waarschuwingen tot vermindering van de prestaties van de accu en andere defecten.
De capaciteit van de accu wordt met iedere lading/ontlading kleiner. Ook bij de opslag bij te hoge of te lage temperaturen kan dit een geleidelijke vermindering van de capaciteit ten gevolge hebben. In de modelbouw bereiken de accu’s vanwege de hoge ontlaadstromen en de inductiestromen van de motor, ook bij het opvolgen van de laad- en ontlaadvoorschriften na 50 cycli nog ongeveer 50-80% van de capaciteit van een nieuwe accu. Accupacks mogen niet in serie en niet parallel geschakeld worden, omdat de cellencapaciteiten en de laadtoestand te verschillend kunnen zijn. Door ons geleverde accupacks zijn daarom geselecteerd. Deze handleiding moet op een veilige plaats worden bewaard en in ieder geval aan een eventuele volgende eigenaar worden overhandigd. Bij storage (lange tijd geen gebruik), dient elke maand deze gecontroleerd te worden om te zien als deze nog min 40% lading heeft. Bijzondere aanwijzingen voor het laden van LiPo-accu’s. Omdat de firma fabrikant de juiste lading en ontlading van de cellen niet kan controleren, wordt iedere garantie bij een foutieve lading of ontlading afgewezen. Voor de lading van LiPo-accu’s mogen alleen de toegestane laadapparaten met de bijbehorende laadkabels worden gebruikt. Iedere ingreep aan de lader resp. de laadkabel kan tot verregaande schade leiden. Door de laadkabel met laadbeveiliging vindt een absoluut noodzakelijke en volledige bewaking van iedere individuele cel van het accupakket plaats.
De max. laadcapaciteit moet begrensd worden op het 1,05-voudige van de accucapaciteit.
Voorbeeld: 700 mAh accu = 735 mAh max. laadcapaciteit.
Gebruik voor de lading en ontlading van LiPo-accu’s alleen speciaal daarvoor bestemde laad-/ontlaadapparaten.
Zorgt u er voor, dat het aantal cellen, resp. de laad-eindspanning en de ontlaad-eindspanning juist zijn ingesteld. Let op de gebruiksaanwijzing van uw laad-/ontlaadapparatuur. Gebruik alleen LiPo-laadkabels met een laadbeschermings-schakeling:
Verdere aanwijzingen bij het gebruik
De te laden accu moet zich tijdens het laadproces op een onbrandbare, hittebestendige en niet-geleidende ondergrond bevinden! Ook moeten brandbare of licht ontvlambare voorwerpen uit de buurt van de accu’s worden gehouden. Accu’s mogen alleen onder toezicht worden opgeladen.
In principe mogen in serie geschakelde LiPo-accu’s in een pack alleen tegelijkertijd worden opgeladen, als de spanning van de verschillende cellen niet meer dan 0,05V van elkaar afwijkt. Zou de afwijking van de spanning tussen de cellen meer dan 0,05V bedragen, dan moeten de verschillende celspanningen door het laden of ontladen van elke cel apart zo nauwkeurig mogelijk aan elkaar worden aangepast. Onder deze voorwaarden kunnen LiPo-accu’s met max. 2C (de waarde van 1C komt overeen met de capaciteit van de cel) laadstroom worden geladen. Vanaf een spanning van max. 4,2V per cel moet met een constante spanning van 4,2V per cel verder geladen worden, tot de laadstroom onder de 0,1-0,2A komt.
Een spanning van meer dan 4,25V per cel moet in ieder geval worden vermeden, omdat de cel anders permanent wordt beschadigd en in brand kan vliegen. Om een overladen van individuele cellen in een pack te voorkomen, moet voor een langere levensduur de afschakelspanning tussen 4,1V - 4,15V per cel worden ingesteld.
Na elk laadproces moet gecontroleerd worden, of één van de cellen een spanning van meer dan 4,2V heeft. Alle cellen moeten dezelfde spanning hebben. Mocht de spanning van de verschillende cellen meer dan 0,05V afwijken, dan moet de celspanning door individueel laden of –ontladen worden gecompenseerd. Om een overladen van de cellen na een langer gebruik in packs te vermijden, moeten deze regelmatig individueel worden geladen.
Laad nooit de accucellen met een verkeerde polariteit. Dit kan gebeuren doordat er een verkeerde programma instelling geselecteerd werd voor het laden alsook als er zich een kortsluiting bevind in de batterij, kan een overspring zijn van de ladingen wanneer de isolatie beschadigd is (kan intern zijn en niet zichtbaar door het loskomen van de verbindingen) Wanneer de accu’s foutief gepoold worden geladen,
ontstaan er abnormale chemische reacties en wordt de accu onbruikbaar. Breuken, rook en vlammen kunnen daardoor ontstaan alsook brengt u mogelijke schade toe aan de batterijlader.
Het toegestane temperatuurbereik bij het laden en opslaan van LiPo-accu’s bedraagt 0-50°C.
Opslag: LiPo-cellen moeten bij een ingeladen capaciteit van 10-20% bewaard worden. daalt de spanning van de cellen onder de 3V, dan moeten deze in ieder geval worden bijgeladen (10-20%). Diepe ontlading en het bewaren in ontladen toestand (celspanning <3V) maken de accu onbruikbaar.
Bijzondere aanwijzingen bij de ontlading van LiPo-accu’s
Een continu-belasting van 6C vormen voor LiPo-accu’s geen groot probleem. Bij grotere stromen moet u letten op de specificaties in de catalogus. Een ontlading van onder de 2,5V per cel beschadigt de cellen permanent en moet daarom absoluut vermeden worden. Daarom moet u de motor uitzetten, zodra u een sterke vermindering van de
accuspanning waarneemt. Zijn de individuele cellen verschillend vol geladen, dan zou de onderspanningsafschakeling van de regelaar te laat kunnen aanspreken, zodat individuele cellen te ver ontladen kunnen worden.
Kortsluitingen moeten in ieder geval vermeden worden. Permanente kortsluitingen leiden tot verwoesting van de accu, hoge temperaturen en een eventuele ontploffing kunnen het gevolg zijn. De accutemperatuur bij het ontladen mag in geen geval boven de 70°C komen. In dit geval moet er voor een betere koeling of een geringere ontlading worden gezorgd. De temperatuur kan gemakkelijk met een infrarood-thermometer worden gecontroleerd.
Verdere aanwijzingen bij het gebruik
Vermijd een kortsluiting. Sluit de accu’s nooit kort. Een kortsluiting veroorzaakt een heel hoge stroom, die de cellen opwarmt. Dit leidt tot het verlies van elektrolyt, gassen of zelfs explosies. Hou de LiPo-accu’s uit de buurt van geleidende oppervlakten, die een kortsluiting kunnen veroorzaken.
Stevigheid van de foliebehuizing:
De gelamineerde aluminium film-folie kan gemakkelijk door scherpe voorwerpen zoals spelden, messen, spijkers, motoraansluitingen en dergelijke worden beschadigd. Beschadigingen van de folie maken de accu onbruikbaar. De accu moet daarom dusdanig in het model worden ingebouwd, dat ook bij een crash de accu niet kan worden vervormd. Bij een kortsluiting kan de accu in brand vliegen. Op dezelfde manier kunnen temperaturen boven de 70°C de behuizing beschadigen, zodat deze gaat lekken. Dit leidt tot het verlies van electrolyt, de accu wordt onbruikbaar en moet worden weggegooid.
Mechanische schok:
De LiPo-accu’s zijn mechanisch niet zo stevig als accu’s met een metalen behuizing. Vermijdt daarom mechanische schokken zoals vallen, slaan, verbuigen enz. Snij, trek, vervorm of boor nooit aan de laminaatfilm-folie. Verbuig of verdraai de liPo-accu nooit. Oefen in geen geval druk uit op de accu of op de aansluitpunten.
Omgang met de aansluitpunten:
De aansluitpunten zijn niet zo stevig als bij andere accu’s. Dit geldt vooral voor de aluminium +aansluiting. De aansluitingen kunnen makkelijk afbreken. Vanwege de warmteoverdracht mogen de aansluitlippen niet direct worden gesoldeerd.
Verbinding van de cellen:
Direct solderen aan de accucellen is niet toegestaan. Direct solderen kan componenten van de accu’s zoals seperator of isolator door de hitte beschadigen. Accu-aansluitingen kunnen alleen door industriëel puntlassen worden gemaakt. Bij een ontbrekende of losgetrokken kabel moet een professionele reparatie door de fabrikant of de importeur plaatsvinden.
Vervangen van individuele accucellen:
Het vervangen van accucellen mag alleen door de fabrikant of importeur worden gedaan, en nooit door de gebruiker zelf.
Defecte cellen niet meer gebruiken:
Beschadigde cellen mogen in geen geval weer worden gebruikt. Kenmerken van beschadigde cellen zijn o.a. een beschadigde behuizing, vervorming van de accucellen, de geur van electrolyt of uitlopend electrolyt. In deze gevallen is een verder gebruik van de accu’s niet meer toegestaan. Beschadigde of onbruikbare cellen zijn Klein Chemisch Afval en moeten op de juiste manier worden afgedankt.
Algemene waarschuwingen:
De accu’s mogen niet in het vuur of in hete as terecht komen.
Ook mogen de cellen niet in vloeistoffen zoals water, zeewater of dranken worden ondergedompeld. Ieder contact met vloeistoffen moet worden vermeden. Losse cellen en accu’s zijn geen speelgoed en mogen daarom niet in de handen van kinderen terechtkomen.
Accu’s/cellen buiten bereik van kinderen bewaren.
Accu’s mogen niet in de buurt van baby’s of kleine kinderen komen. Zou een accu worden ingeslikt, dan direct een arts waarschuwen. Accu’s mogen niet in de magnetron komen of onder druk raken. Rook en vuur en nog meer kunnen het gevolg zijn.
Haal nooit een LiPo-accu uit elkaar. Het openen van een LiPo-accu kan interne kortsluitingen veroorzaken. Gasontwikkeling, brand en explosies of andere problemen kunnen het gevolg zijn. De in de LiPo-accu’s aanwezige electrolyten en electrolytdampen zijn schadelijk voor de gezondheid. Vermijd in ieder geval direct contact met deze vloeistof. Bij contact van electrolyt met de huid, ogen of andere lichaamsdelen moet u deze direct uit- en afspoelen met voldoende schoon water, daarna een arts consulteren. In een apparaat ingebouwde accu’s altijd uit het apparaat nemen, wanneer dit apparaat niet gebruikt wordt. Apparaten na het gebruik altijd uitzetten om diepe ontladingen te vermijden. Accu’s altijd op tijd opladen. Accu’s op een onbrandbare, hittebestendige en niet-geleidende ondergrond bewaren! Diepontladen LiPo-accu’s zijn defect en mogen niet meer worden gebruikt.
Wanneer batterijen onder hun voltage gekomen zijn of een opgeblazen uiterlijk vertonen, vallen deze niet onder garantie.
VOORWAARDEN VOOR HET VULLEN VAN HPA- EN HOGEDRUKFLESSEN
Veiligheid en verantwoordelijkheid
Het vullen van een HPA- of andere hogedrukfles brengt risico's met zich mee. Om de veiligheid van onze klanten, medewerkers en derden te waarborgen, worden uitsluitend flessen gevuld die op het moment van het vullen voldoen aan de geldende wettelijke veiligheidsvoorschriften en aan de voorwaarden van onze winkel.
1. Geldige keuring verplicht
Elke HPA-/hogedrukfles die in onze winkel ter vulling wordt aangeboden, moet beschikken over een geldige en aantoonbare periodieke keuring, overeenkomstig de voor die fles toepasselijke wettelijke voorschriften.
De fles moet voorzien zijn van de vereiste en leesbare keurings- en identificatiemarkeringen. Indien de geldigheid van de keuring niet kan worden vastgesteld, wordt de fles beschouwd als niet geschikt voor vulling.
GEEN GELDIGE KEURING = GEEN VULLING.
Een verlopen, beschadigde, onleesbare, ontbrekende of anderszins twijfelachtige keuringsmarkering geeft geen recht op vulling.
2. Toepasselijke regelgeving
Hogedrukflessen en andere vervoerbare drukrecipiënten kunnen onder meer vallen onder de Europese regelgeving inzake vervoerbare drukapparatuur (TPED), met name Richtlijn 2010/35/EU, en onder de toepasselijke ADR/RID-regelgeving inzake het vervoer van gevaarlijke goederen.
De Europese TPED-regelgeving voorziet onder meer in conformiteitsbeoordelingen, periodieke keuringen, tussentijdse controles en uitzonderlijke controles van vervoerbare drukapparatuur. België heeft Richtlijn 2010/35/EU omgezet in nationaal recht via het Koninklijk Besluit van 13 november 2011 betreffende vervoerbare drukapparatuur.
De toepasselijke keuringsinterval is niet voor iedere HPA-fles identiek. Deze kan onder meer afhangen van het type drukrecipiënt, het materiaal waarvan de fles is vervaardigd, het gebruikte gas, de betreffende verpakkingsinstructie en de toepasselijke regelgeving.
Daarom wordt door onze winkel geen algemene vaste keuringsperiode voor alle HPA-flessen gegarandeerd. De eigenaar/gebruiker dient zelf na te gaan welke keuringsvoorschriften op zijn/haar specifieke fles van toepassing zijn.
3. Controle door onze medewerkers
Onze medewerkers voeren vóór het vullen een visuele en administratieve controle uit voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is.
Deze controle is uitsluitend bedoeld als veiligheidscontrole en vormt geen officiële keuring van de fles.
Onze medewerkers zijn geen erkende keuringsinstantie en kunnen op basis van een visuele controle niet met zekerheid alle mogelijke gebreken, beschadigingen, interne corrosie, materiaalmoeheid, eerdere schade of andere technische gebreken vaststellen.
Een controle door een medewerker kan bijgevolg nooit worden beschouwd als een vervanging van een wettelijke periodieke keuring of technische inspectie.
4. Verantwoordelijkheid van de eigenaar/gebruiker
De eigenaar/gebruiker van de fles blijft te allen tijde verantwoordelijk voor:
- het correct en veilig gebruik van de fles;
- het naleven van de voorschriften van de fabrikant;
- het tijdig laten uitvoeren van de vereiste periodieke keuringen;
- het controleren van de geldigheid van de keuring;
- het correct onderhouden en bewaren van de fles;
- het niet gebruiken van een beschadigde of anderszins onveilige fles;
- het aanbieden van een fles die geschikt is voor het te vullen gas en de beoogde vuldruk.
Het feit dat een medewerker een fles bij een eerdere gelegenheid heeft gevuld, betekent niet dat de fles daarmee voor toekomstige vullingen automatisch wordt goedgekeurd.
5. Beperkte controle door winkelmedewerkers
Hoewel onze medewerkers bij iedere vulling een veiligheidscontrole uitvoeren, kan van hen niet worden verwacht dat zij een volledige technische of wettelijke keuring van iedere fles uitvoeren.
Medewerkers zijn niet onfeilbaar en een controle door een winkelmedewerker kan nooit alle mogelijke gebreken of onregelmatigheden uitsluiten.
De verantwoordelijkheid voor de geldigheid, technische staat, geschiktheid en wettelijke conformiteit van de fles blijft daarom bij de eigenaar/gebruiker.
6. Wanneer wordt een fles niet gevuld?
Onze medewerkers mogen en zullen het vullen weigeren wanneer bijvoorbeeld:
- de keuringsdatum is verstreken;
- de keuringsmarkering ontbreekt;
- de keuringsmarkering onleesbaar of niet verifieerbaar is;
- de fles zichtbaar beschadigd is;
- er sprake is van ernstige roest, corrosie, deuken, scheuren of andere zichtbare beschadigingen;
- de fles of kraan tekenen van een defect vertoont;
- niet kan worden vastgesteld welk gas in de fles mag worden gevuld;
- niet kan worden vastgesteld welke maximale vuldruk is toegestaan;
- de fles niet geschikt is voor de gebruikte vulinstallatie;
- de fles niet voldoet aan de voorschriften van de fabrikant;
- er twijfel bestaat over de veiligheid of conformiteit van de fles;
- de medewerker om veiligheidsredenen besluit de vulling niet uit te voeren.
In geval van twijfel geldt steeds:
NIET ZEKER = NIET VULLEN.
7. Geen beoordeling door de winkel = geen garantie
Het uitvoeren van een controle door een medewerker houdt geen garantie in dat de fles technisch volledig in orde is.
Een geaccepteerde en gevulde fles betekent uitsluitend dat de fles op het moment van aanbieden voor zover redelijkerwijs controleerbaar geen reden gaf om de vulling te weigeren.
De winkel aanvaardt hiermee geen verantwoordelijkheid voor gebreken die niet door een normale visuele of administratieve controle kunnen worden vastgesteld.
8. Herkeuring
Een fles waarvan de keuring verlopen is of waarvan de keuringsstatus niet kan worden aangetoond, dient vóór een nieuwe vulling door een bevoegde/aangemelde of anderszins wettelijk bevoegde keuringsinstantie, naargelang de toepasselijke regelgeving, te worden gecontroleerd.
Na een geldige goedkeuring dient de fles opnieuw te voldoen aan alle voorwaarden die voor het vullen van toepassing zijn.
Onze winkel voert zelf geen wettelijke periodieke keuring van hogedrukflessen uit.
9. Eigen verantwoordelijkheid
Door een HPA-/hogedrukfles ter vulling aan te bieden, verklaart de eigenaar/gebruiker dat:
- hij/zij gerechtigd is de fles te laten vullen;
- de fles bestemd is voor het aangeboden gas;
- de toegestane werk- en/of vuldruk bekend is en niet wordt overschreden;
- de vereiste keuring geldig is;
- de fles geen hem/haar bekende gebreken vertoont die de veiligheid kunnen beïnvloeden;
- de fles overeenkomstig de voorschriften van de fabrikant en de toepasselijke regelgeving wordt gebruikt.
Het aanbieden van een fles voor vulling ontslaat de eigenaar/gebruiker niet van zijn/haar wettelijke en veiligheidsverantwoordelijkheden.
10. Recht tot weigering
Onze winkel behoudt zich het recht voor om iedere vulling te weigeren wanneer er ook maar enige redelijke twijfel bestaat over de veiligheid, conformiteit, keuringsstatus of geschiktheid van de fles.
Deze veiligheidsbeslissing wordt genomen in het belang van de klant, onze medewerkers en derden.
Een weigering tot vullen geeft geen recht op een discussie over de beoordeling van de medewerker. Bij twijfel dient de fles door een bevoegde keuringsinstantie te worden onderzocht.